bronsvlag bronsmotor 2244 in Damsterdiep bronsvlag
ga naar het menu voor andere motoren ga naar de info over de bronsmotor cd/dvd ga naar www.bronsmotor.com stuur een e-mail naar de webmaster

De luxe motor "Damsterdiep" is gebouwd in Wirdum, Groningen door de werf A.Appol en werd begin 1926 opgeleverd.
De maten van het schip zijn 25.03 x 4.74. x 1.10 m., 80 ton.
Het schip werd voorzien van een ééncilinder BRONSmotor type 1D25, motornummer 2244, 25 pk bij 320 omw./min. met BRONS keerkoppeling.
Het schip heette toen "Excelsior" en voer onder schipper Bakker uit Loppersum, hoofdzakelijk in de noordelijke provincies.
Na een arbeidzaam leven en drie andere eigenaars is het schip nu in de trotse handen van Anneke Lindenhof en Ruud Guikink.
Zij kochten het schip in 1995 in verwaarloosde staat maar nog wél met de oorspronkelijke BRONS motor. Liefde op het eerste gezicht!!
damsterdiep in rustig water damsterdiep met de reizigers
Met veel inzet, tijd en moeite werd het schip in zijn oude glorie teruggebracht.
Een nieuwe stuurhut en nieuwe roeframen naar de oude vormen, nieuwe luiken, een houten laadtuig, alles werd aangepakt.
Roef en ruim werden ingericht voor bewoning. De oude BRONS kreeg een uitgebreide beurt.
Binnen is er veel moderne techniek toegepast, vrijwel onzichtbaar aan de buitenkant.
Het schip heeft nu weer de klassieke vormen van 75 jaar geleden.
Ruud en Anneke bewonen het schip en varen ermee in Nederland, België en Frankrijk.
Onze eerste langere reizen gingen vooral naar Noord-Nederland, België en Noord-Frankrijk.
We bezochten oa. Groningen (het Damsterdiep en de plek van de voormalige werf in Wirdum en de oude BRONSmotorenfabriek), Friesland en Drente in Nederland;Gent, Brussel, het hellend vlak van Ronquieres, de oude scheepsliften van Strépy-Thieu, Mechelen, Turnhout en Leuven in België en Lille en omgeving in Frankrijk.
de bronsmotor
We zijn en blijven erg zuinig op de BRONSmotor. Hij hoeft natuurlijk geen geladen schip meer te verplaatsen maar draait wel gemiddeld zo'n 300 tot 500 uur per jaar. Niet veel voor beroepsvaart, behoorlijk veel voor zgn. recreatievaart. We realiseren ons zeer wel dat de motor bijna 80 jaar oud is en dat er eigenlijk geen onderdelen meer te krijgen zijn. In 1998 zijn het krukpenlager en het zuigerpenlager vernieuwd, verder gaat het gelukkig alleen om een pakking en zo. Filters van deze motor spoel je op zijn tijd gewoon schoon. Het olieverbruik is redelijk laag en enigszins te beïnvloeden door het cilindersmeerolieapparaat goed in te stellen. Olie verversen doe ik ongeveer om de 250 uur, dat is dan ook wel nodig (door vervuiling en verdunning met gasolie), per slot heeft die kar wat uren gedraaid! Varen en manoevreren doe je met beleid, 25 pk.is niet veel en de achteruit is niet echt geweldig!

ms.Damsterdiep bouwplaat

Koop de ms.Damsterdiep bouwplaat om de lange winteravonden door te komen!.
---lees verder!



Op http://www.pixum.nl/viewalbum/?id=1557678vindt u foto´s van Ruud, Anneke en Ms.Damsterdiep tijdens hun mooie reis.
Hoe werkt het fotoalbum?
1/ je komt binnen in het album en ziet de eerste foto, klik nu op de oranje pijl aan de rechterzijde van de foto.
2/ nu kom je op de pagina met thumbnails (kleine foto´s)
3/ dubbelklik op de eerste en gebruik daarna de pijlen voor vooruit en achteruit.
damsterdiep in ruim water damsterdiep in sluisje


Kijk en luister naar deze motor op de 2de bronsmotor cd



Reizen:
Na een eerste lange reis in Frankrijk (2001 / 2002) zijn we nu bezig aan de tweede.
Wij willen u graag verslag doen van onze belevenissen en avonturen.

Deel 6
Chaumont-Rotterdam (1 maart - 22 mei 2005)

In het webalbum vindt u ook de foto´s van deel 6.
We liggen in dik ijs, er is veel sneeuw en 's nachts vriest het regelmatig -20 graden. De gasolievoorraad slinkt tijdens die dagen redelijk snel ondanks ons lekkere houtkacheltje. Gelukkig kunnen we gasolie bunkeren, keurig met een tankauto gebracht. 1000 liter voor 510 euro, we kunnen weer vooruit!
Op 8 maart komt de scheepvaart weer een beetje op gang en we kunnen achter een konvooi van 10 vrachtschepen aan, 30 sluizen in twee dagen, schip voor schip door de handbediende sluizen, uiteraard.
Na Vitry-le-Francois (hier sluit het "Canal de J" aan bij het "Canal latéral á la Marne")komen we gelukkig weer in ons eigen tempo. Ook breekt de lente ineens snel aan, het gaat OK!!
De kanaalstruktuur in noordfrankrijk is erg uitgebreid. De Fransen hebben kanalen gegraven tussen heel wat rivieren zoals de Marne, de Aisne, de Oise, de Sambre, de Somme. De mogelijkheden zijn legio.
Wij gaan eerst nog een stuk de Marne op, oa. naar Epernay (dure haven, druk wegverkeer) en Cumières (gratis liggen, water en stroom, rustig).
Het tarieflijstje van de jachthaven van Sillery ziet er zo uit:
Schepen tot 8 meter: 4 euro
Schepen tot 10 meter: 6 euro
Grote schepen: 51 euro,
Echt waar! Wij hebben daar niet aangelegd, wel 100 meter verder bij een sluis, gratis natuurlijk!!
Via de Oise en een deel van het "Canal du Nord" bereiken we Peronne, we varen onder een brede, oude spoorbrug door die al zeker 30 jaar niet meer wordt gebruikt. Dat is voor ons jammer want we wilden naar de kust voor familiebezoek. Ook een huurauto zat er niet in, helaas. We gaan westwaarts over het "Canal de la Somme".
Overal verwijzingen naar (vooral) de eerste wereldoorlog, ook hier is heel wat afgeknokt. Het kanaal is geweldig, smal en rustig, absoluut de moeite waard. Veel watertjes, plassen, zijkanaaltjes, moerassen.
In Cappy is een huurbotenbedrijf en we ontspannen hier een weekje, 40 euro mét water en stroom.
We liggen twee dagen in Amiens. De grootste kathedraal van Frankrijk is zeer indrukwekkend. Ook zien we de jaarlijkse vlooienmarkt in het centrum, 2000 kramen.
We kopen er (op bestelling….!!) een paar leuke franse balkonhekken.
Ons einddoel is Abbeville, we kunnen nog verder naar de kust maar een orienterend bezoekje deed ons daar van af zien. In Abbeville moeten we 500 meter achteruitvaren door een bocht en twee bruggen om de steven te kunnen keren.
Over het Canal du Nord gaat het dan gezwind noordwaarts. Je volgt het "Canal de la Sensée en de Schelde. Op de sluis aan de frans-belgiese grens betalen we 1 euro 5 ct. voor de passage.
We zijn na 22 maanden weer Frankrijk uit!!
In Gent brengen we een erg fijn Pinksterweekend door, er is ook nog een verzameling nederlandse kleine plat- en rondbodems, feestje!!! Maandagmorgen vertrekken we en schutten vrij vlot door Merelbeke. Met afgaand tij vliegen we zo naar Antwerpen.
Denken we!....Maar dat gaat niet lukken.
Ruud stuurt in de binnenbocht van Berlare iets te ver naar de oever en jawel, aan de grond, grrrrrrrrr!
Het water valt dan al snel, afgaande binnenvaart probeert ons te helpen maar dat resulteert in diverse gebroken trossen. Jachten varen volgas voorbij, veroorzaken veel golven, die ons nog een duwtje in de verkeerde richting geven. Bedankt, hoor!
De rivierbodem is vrij vlak, we liggen maar een klein beetje scheef en 's avonds om 11 uur spoelen we met de vloed gemakkelijk weer vrij. In het donker (natuurlijk gaat het regenen) scharrelen we naar een steigertje 12 kilometer verderop en voelen ons een beetje moe.
Het is precies wat Hester zegt: "Je hebt zoveel gevaren, je bent zo ver geweest en zo, je denkt, ik weet het wel". Maar blijven opletten is dus de boodschap!
De volgende morgen bereiken we dan toch Antwerpen en eten buitengewoon lekker op de wal. Via Tholen naar de Volkeraksluizen. Dordrecht ligt in het verschiet.
U merkt het al, beste lezers en lezeressen, snel einde van de reis, snel einde van het verslag. Rotterdam, de Veerhaven verwacht ons!!!

Rotterdam na 22 maanden
Na 22 maanden terug in Rotterdam.

Maar de volgende reis staat alweer in de steigers…………………
Nog een paar feiten over deze mooie reis:
Gevaren kilometers: 5174 km.
Draaiuren van de BRONS: 875 uur
Gepasserde sluizen: 977 stuks.
Aantal ligplaatsen: 220 stuks

Deel 5
Poilhès (december 2004 - maart 2005)

In het webalbum vindt u ook de foto´s van deel 5.
In Poilhes hebben we keurig gewacht op het eind van de kanaalstremming, op 19 december is het zover en na een grondige machinekamerbeurt wordt de BRONS weer tot leven gewekt na bijna 8 weken in diepe rust geweest te zijn. Die ouwe kar is gewoon blij!
Met enige weemoed verlaten we het Canal du Midi en steken het Étang de Thau over. Het meer is 18 kilometer lang, er staat ons eigenlijk teveel wind maar na 10 minuten inslingeren worden we weer blij. "Oud en nieuw" liggen we in Sète als enig schip aan een oude visserskade en we horen en zien niets, de fransen doen niet aan vuurwerk, wel zo rustig.
Misschien hadden jullie al begrepen dat de Damsterdiep weer op weg is naar Nederland, we gaan eens thuis kijken, we willen een reunie in Groningen bezoeken en ook nog in Duitsland gaan varen. Schip en BRONS worden wel gebruikt!
Het Canal du Rhône à Sète brengt ons zonder sluizen en 70 kilometer lengte in twee dagen naar de Rhône met een tussenstop in Aigues-Mortes. Daar ligt een spoorbrug over het kanaal. Als je aan de brugwachter vraagt hoe laat de brug open gaat zegt hij of zij: "Dat hangt van de treinen af".
"Hoe laat komt de trein?"
"Dat weet ik niet! Ze bellen wel!"
Je loopt terug naar je schip en 5 minuten later gaat de brug open…. De BRONS start niet in een paar minuten en - je raadt het al - brug weer dicht! Uiteindelijk zijn we er toch doorheen gekomen, duidelijk.
's Zomers schijnt het allemaal beter te gaan, fijn voor iedereen!
Na de sluis van St.Gilles (de eerste in een serie van 12 Rhônesluizen (190 x 12 meter en met een verval van 10 tot 23 meter!) begint het "tegenstroomspektakel" , 300 kilometer tot Lyon via de Rhône en dan nog 250 kilometer Saône tot de aansluiting met het "Canal de la Marne à la Saône".
De Rhône valt erg mee, de stroom is, zeg maar, gemiddeld en we bereiken Lyon in 8 niet al te lange dagen. Elke dag zien we éen of twee schepen, druk, hoor!
De Saône wordt ons veel te krachtig als we Tournus naderen en we zijn blij behoorlijk af te kunnen meren aan de drijvende steiger bij die stad. (Lang leve de 25 pk. van de BRONS)
Die steiger is eigenlijk bedoeld voor schepen korter dan 15 meter, normaal lig je iets verder aan een mooie kade. Maar die staat dus dik onder water.
Onze weg door midden-frankrijk hadden we deze keer bedacht door het "Canal de la Marne à la Saône", ook wel genoemd "Canal de J" en ook wel "Canal de la Bourgogne à la Champagne",lekker duidelijk.
Deze waterweg is gegraven rond de eeuwwisseling (de vórige, beste lezers!), is 224 kilometer lang, heeft 114 sluizen (deels automaties) en een tunnel van 4820 meter in het hoogste pand.
Het kanaal voert ons door werkelijk prachtige, bijna uitgestorven gebieden, weinig bewoning dus weinig te koop en ook weinig goede afmeerplekken. Het is wel echt winter, het is al weken koud en wit en we liggen regelmatig in het ijs vast. Dan is 25 pk ineens te weinig en je scheepje eigenlijk te oud om door te gaan hoewel we regelmatig ijsbreker zijn.
We houden het graag allemaal heel, nietwaar?
De VNF heeft als afmeerplaatsen hier en daar twee einden spoorrails in de oever geslagen, regel het maar, soms vinden we een aardige kade, een enkele keer zelfs met walstroom. De sluizen zijn vaak afgetrapt en zwaar te bedienen, het onderhoud is ook hier minimaal, alles werkt nét. Maar het werkt wel. We vinden het al tijden verbazend dat er met zo weinig scheepvaart op deze kanalen nog zo'n grote organisatie als de VNF bestaat. Deze week hadden we een aantal keren drie sluisbedieners mee, alledrie in een eigen auto, nou ja!
Dit kanaal telt ongeveer 1000 scheepsbewegingen per jaar, gemiddeld dus nog geen drie per dag.
De BRONS gedraagt zich uitstekend, logies maar ook leuk dat ie beter loopt als het koud is. Ook het starten is geen probleem al gebruik ik nu na koude nachten wel een lapje met een beetje wasbenzine op de inlaat. Je moet natuurlijk ook voor genoeg startlucht zorgen voordat je het spul afzet! (geheim: we hebben wel een cv.-radiator in de machinekamer) Echt warm wordt de motor alleen maar als er rommel in de koelwaterpomp zit….het uitlaatkoelwater wordt normaal nu maar zo'n 15 graden bij een inlaat van 0.
We zijn echt blij met deze motor en hebben ook vaak bekijks van sluismeesters en anderen.
Eind februari zijn we gevorderd tot Chaumont en we liggen wéér in het ijs! Gelukkig een goede kade met walstroom, nog water genoeg (alle leidingen op de wal zijn echt wel afgetapt), een aardige stad redelijk dichtbij, boodschappen geen probleem, allen gezond.
Maar het zou nu wel voorjaar mogen worden!!
Voor wie het wil weten:
Deze reis tot nu toe 4200 kilometer, BRONS 700 draaiuren, 802 sluizen gepasseerd, op 181 verschillende plaatsen afgemeerd, ruim 6 ton gasolie verbruikt (motor, generator en cv.) en we zijn nog steeds gelukkig!!!

overwinteren in Zuid Frankrijk
Overwinteren in Zuid Frankrijk.

Ms. Damsterdiep ligt stil tot half december 2004 vanwege de "winterse" kanaalstremming, daarna gaan ze weer verder om in mei volgend jaar weer terug te zijn in Nederland.

Deel 4
Castets-en-Dorthe - Poilhès (juli - december 2004)

In het webalbum vindt u ook de foto´s van deel 4.
We lieten jullie achter in Castets-en-Dorthe, het einde van het Canal Latéral á la Garonne.
Dit stadje is tevens het verste punt van deze reis, we zouden nog over de Garonne naar Bordeaux kunnen gaan maar we willen van onze oude BRONS niet het uiterste vragen.
De Garonne kan in korte tijd veranderen van een kabbelend riviertje in een woeste stroom.
We keren als het ware op onze schreden terug en varen tot Chalon-sur-Saône dezelfde route andersom, zo'n 1000 kilometer. Dat is geen straf en ook niet vervelend, varen is leuk en alles ziet er dan anders uit, ook al door een ander seizoen.
De hele verbinding tussen de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan (les Canaux du Midi, entre Deux mers) bestaat ruim 200 jaar, het canal du Midi al 320 jaar, het kanaal ten westen van Toulouse werd een dikke eeuw later gegraven.
Het totaal is te bevaren door schepen van maximaal 30 meter lang, weliswaar is het kanaal Latéral á la Garonne in de zeventiger jaren nog geschikt gemaakt voor 39-meter schepen door sluisvergroting (echt alle 53!) en bochtafsnijdingen, op het canal du Midi is men daar na de eerste sluizen in de lagere panden mee gestopt.
Wel heeft men bij Béziers in 1982 of zo nog een dweillift gebouwd (een schuine betonnen bak met een schuivende benedendeur) die de zessluizentrap van Fonceranes omzeilt. Hoe verleng je zes sluizen, die aan elkaar gebouwd zijn, nietwaar?
Dit alles was echter vergeefse moeite, de commerciële vaart verdween alras geheel voorzover dat nog niet gebeurd was. Na jaren van kwakkelen en soms lange kanaalsluitingen zijn de kanalen ontdekt door hotelschepen en huurbootmaatschappijen, in het hoogseizoen is het op de mooiste kanaalpanden dan ook filevaren.
Wij hebben dit kanaal ook buiten het seizoen bevaren, buitengewoon plezierig, het water is vrijwel privé met sluismeesters die tijd voor je hebben.
Onze "terug"tocht verloopt eigenlijk zonder noemenswaardige problemen.
Het kanaal ten westen van Toulouse heeft een aantal panden met weinig water, ook de aanlegplaatsen zijn dun gezaaid maar we hebben aan twee bomen of een paar flinke grondpennen genoeg.
In Moissac kun je met een dubbele sluis naar de rivier de Tarn schutten en dat doen we dan ook.
De Tarn is daar een prachtige schone rivier, we blijven er een week of twee en zwemmen elke dag en zeilen met het bijbootje, geen schip te zien verder, hoogseizoen.....
De doorvaart door Toulouse levert een grote plastic krat op in de schroef, het hele schip schudt.
De eerste gedachte is: dat wordt weer duiken maar een paar maal voorzichtig voor- en achteruit slaan verlost ons van het probleem.
Over Toulouse schreef ik al op de heenweg, we hebben er nu een aantal dagen gelegen en de stad uitgebreid lopend en per fiets verkend. Zonder meer een mooie, prettige maar drukke stad.
Het is nog steeds prachtig weer en we liggen naast de brandweerkazerne en de lui die op wacht zijn zitten 's avonds gezellig (met een gitaar en zo) bij ons op de steiger maar 's nachts tegen half drie wil je toch wel eens slapen! Komt allemaal goed!
Op 6 september verlaten we deze stad en komen dus weer op het Canal du Midi. In Toulouse hadden we de zonnetent al afgebroken maar de stuurhut laten staan. We zijn benieuwd bij welke brug de hut weg moet.
Op het hoogste pand van het kanaal (mét stuurhut) blijven we een paar dagen liggen en maken uitgebreide wandel- en fietstochten. De kanaalhistorie komt hier weer stevig op je af met een bassin, een monument én de plek waarvandaan de kanalen gevoed worden.
De bouwer van het kanaal (Pierre Paul Riquet, 1604-1680) moest aantonen dat hij het kanaal kon voeden en daartoe bouwde hij eerst een stuwmeer met stuwdam (Lac St. Ferréol) en een voedingskanaal van bijna 40 kilometer naar het hoogste pand.
Toen dat werkte kreeg hij van Lodewijk XIV en minister Colbert toestemming voor de bouw.
Helaas kon Riquet zijn levenswerk niet voltooid zien, enige tijd voor de voltooiing stierf de arme man. Van het Canal du Midi zijn op vier na alle sluizen gemechaniseerd, de laatste komen deze winter aan de beurt. Automatisering zal de volgende stap wel zijn zodat je over een paar jaar ook geen sluiswachters meer ziet. Dan verwordt het helemaal tot kermiskanaal, helaas. (Overigens is het hele kanaal Unesco Wereld Erfgoed)
Langzaam schuiven we door het zuidfranse landschap, de ene keer 15 km., soms maar 4 km. met een aantal sluizen.
We liggen oa. in Bram en Trèbes, bij het Pont-Canal du Répudre en het Pont-Canal de la Cesse, varen nog de tak naar Salelles, Narbonne en Port la Nouvelle, draaien om aan de rand van de Middellandse Zee (uit nostalgiese overwegingen, in 2001 waren we hier ook).
Kortom: we reizen en genieten!
We naderen 6 november, de datum dat de meeste kanalen sluiten voor een week of acht tbv. onderhoud en renovatie. We spreken met vrienden van een ander schip af in Poilhes de stremming "uit te liggen", daar kunnen we ook op elkaars schip passen als de anderen een bezoek aan Nederland brengen.
En wat gaan we 19 december doen??? Jawel: VAREN!!!
Tot de volgende keer!!!
Deel 3
Saône en Rhône, groot water, Petit Rhône, Canal Rhône á Sète en Canal du Midi. (1 april tot 14 juli 2004)

In het webalbum vindt u ook de foto´s van deel 3.
Na maanden gescharrel op kleine kanalen en 157 spitsenmaat sluizen is het ook leuk om weer eens op wat groter, stromend water te varen.
De komende 450 kilometer hebben we de ruimte en maar 16 grote sluizen tot aan de Middellandse Zee. Plezierig idee dat de BRONS in goede konditie verkeert en dat de ankerlier perfekt werkt!
Het stroomt niet hard als we de Saône opdraaien, hooguit een kilometertje en we hebben de stroom ook nog mee. We maken ons nu nog geen zorgen om de terugreis. De Saône is een typiese regenrivier, als het een tijdje heeft geregend zie je zó de stroomsnelheid toenemen. (Dat kan wel 12 km/uur worden, de Damsterdiep is dan écht allang uitgevaren!)
Onze eerste stopplaats is Chalon-sur-Saône, een stad met een jachthaven waar we niét gaan liggen, het havengeld zou een grote bres in ons budget slaan. We meren af aan een kleine betonnen kade met een bord "verboden af te meren". Dat moet kunnen voor één dag, denken we, en dat is ook zo. Alleen een paar vissers kijken boos maar we maken ze duidelijk dat we de volgende dag weer vertrokken zijn.
Tournus is de volgende pleisterplaats, een oude stad met een prachtige, bijna knusse abdij met kloosters en een nog geheel intakt zijnde kloostergang.
De stad Macon is zo wijs geweest om een kanaal om de stad heen te graven zodat de fraaie 13e eeuwse brug over de rivier gespaard kon blijven met de komst van steeds grotere schepen. De maximale scheepsmaat op de Saône is 120 bij 11.40 meter. Er varen hier ook een stuk of acht passagiersschepen van die maat rond, moderne platte dingen met veel vermogen. Elke stad van enige omvang heeft een paar flinke palen langs de rivier geslagen om die schepen te kunnen ontvangen. Al die oude vervallen spitsenkades zijn daar ook echt niet geschikt voor, het is al mooi als wíj daar kunnen liggen, ondanks ondieptes, verzanding en géén bolders of zo. Na overnachtingen in Villefranche-sur-Saône en Trévoux (een prachtige steiger met water en electriciteit en alles gratis!) komen we op 7 april in Lyon aan.
damsterdiep op de Rhone damsterdiep en even rust
Vanuit het noorden de stad invaren is feest, helemáál met mooi weer! Lyon is een prachtige stad met de grandeur van Parijs maar veel overzichtelijker. De Saône mondt hier uit in de Rhône. Wij voelen ons hier goed thuis en zijn dan ook van plan een paar weken te blijven liggen. Dat die paar weken vijf weken werden hadden we niet bedacht maar wel leuk. Een aantal bezoeken uit Nederland had daar veel mee te maken. We hebben die stad wat afgelopen als "reisgids"!
Op 10 mei verlaten we Lyon, we draaien het anker uit de rivierbodem, gaan water en gasolie bunkeren en gaan verder naar het zuiden, ruim 300 kilometer stroom mee en soms flink. Net onder de sluis Pierre Bénite staat de GPS op 18 kilometer per uur, dat is wat anders dan de 1,5 kilometer waarmee we drie jaar geleden met de Klazina samen naar het noorden voeren! We steken het Étang de Thau over, een bremzout superhelder binnenmeer van een kilometer of 18, deze keer is het erg helder, als we het meer opdraaien zien we de lichtopstand van het Canal du Midi door de verrekijker. We flikken het wéér met de Damsterdiep en onze ouwe BRONS: op 26 mei zijn we opnieuw op het Canal du Midi!! Het Canal du Midi stamt uit de 17e eeuw en is het op één na het oudste kanaal van Frankrijk. Het kanaal is 240 km. lang en telt 63 sluizen, waarvan een groot aantal dubbel, drie- of vierdubbel en één zesdubbele sluis, totaal 91 kolken. Er is al zoveel over dit kanaal geschreven dat ik dat niet ook ga doen maar dit soort kanalen daar doe je het allemaal voor! Werkelijk prachtig, veel mooie kunstwerken en natuurlijk de 52.000 platanen langs de oevers. Die bomen staan dicht bij elkaar en hun soms erg dikke wortels reiken tot in het kanaal, je kunt bijna spreken van een houten oever, dat maakt het afmeren ook erg gemakkelijk. Er staat weliswaar altijd wel een boom in de weg voor de satellietschotel maar er is veel schaduw. En wie wil er nu binnen tv. kijken als het zulk mooi weer is?!
We bevaren het Canal du Midi van Sète tot Toulouse in drie weken tijd met 12 vaardagen. In de hoogtijdagen van het kanaal ging de postboot over die route in vijf dagen!
damsterdiep bij de trapsluis Canal du Midi
Toulouse is een absoluut mooie stad aan de Garonne. Helaas zijn er geen goede, rustige ligplaatsen voor bezoekers met schepen. De jachthaven is schaduwloos en lawaaierig, andere mogelijke plekken zijn gevoelsmatig niet fijn en ook druk met autoverkeer. Aan de noordwestkant van de stad komen het Canal du Midi en het Canal Latéral á la Garonne (dat pas 150 jaar later gegraven werd) samen in een soort grote monumentale vijver met een groot marmeren beeld. Vroeger kon je daar goed liggen, begrepen we. De laatste (auto)verkeersaanpassingen hebben van de sfeer en de rust niet veel overgelaten, helaas.
Het Canal Latéral á la Garonne ziet er meteen anders uit dan het Canal du Midi. Veel minder bomen langs de oevers en veel ondiepere kanten. Ook loopt de spoorlijn Toulouse - Bordeaux ( de kanaalkiller) vaak dicht in de buurt van het water, hier en daar er echt tegenaan, je kunt je touwtjes aan de biels vastknopen. Na de bouw van de spoorlijn (eind 19e eeuw) nam het scheepvaartverkeer ook hier enorm af, niet zo gek, natuurlijk. Wel vreemd is dat men in de jaren 1970 nog alle sluizen (53 stuks) heeft verlengd en bij Montech nog een dweillift heeft gebouwd, een constructie met een schuine betonnen bak en een schuivende sluisdeur. Het is nu uitsluitend een bezienswaardigheid. Overigens heeft men in het Canal du Midi 10 jaar later (1982) ook zo´n geval gebouwd maar die is nooit echt in bedrijf geweest.
Ons tempo vertraagt enorm door de warmte, veertig graden wordt regelmatig gehaald. Dus een beetje varen en veel schaduw opzoeken, gelukkig kunnen we dit kanaal bevaren met de zonnetent op het schip, al moeten we bij veel bruggen goed mikken. Er zijn een aantal aardige kunstwerken in dit kanaal, oa. een mooi natuur- en bakstenen pont-canal van 360 meter bij Moissac over de Tarn, een stenen pont-canal bij Agen, ong. 500 meter over de Garonne gevolgd door een park met vier sluizen kort op elkaar. En nog een pont-canal over de Baise, ook al mooi. De Baise en de Lot zijn bij Buzet vanaf dit kanaal bereikbaar met een dubbele sluis maar, helaas, door een chronisch gebrek aan water (in heel zuid-frankrijk) is er niet genoeg water in die rivieren om door de Damsterdiep bevaren te worden. Deze prachtige rivieren gaan dit keer aan ons voorbij.
Maar er blijft genoeg over! We varen op ons gemakkie naar Castets-en-Dorthe, ons verste punt en dus keerpunt. Hiervandaan varen we rustig terug (met nog een winter op het Canal du Midi) naar Chalon-sur-Saône (1000 kilometer) en dan naar Nederland. We denken in juni 2005 in Rotterdam terug te zijn. Voor de belangstellenden een paar cijfertjes van deze reis:
Afgelegd: 2750 kilometer
Draaiuren BRONS: 438 uur
Sluizen: 530
Aantal ligplaatsen: 115

damsterdiep in de zon

Deel 2
Parijs (10 oktober 2003) naar Chalon-sur-Saône (31 maart 2004)

In het webalbum vindt u ook de foto´s van deel 2.
Het weer blijft prachtig en we varen de Seine op tot Nogent-sur-Seine, hogerop is de rivier teveel verzand om nog te kunnen varen. Terug naar Montereau en dan bakboord uit de Yonne op. We willen tijdens de jaarlijkse winterse kanaalstremmingen een tijdje in Auxerre liggen en daartoe moeten we nog 108 kilometer en 26 sluizen de Yonne op tot het begin/eind van het Canal du Nivernais. Auxerre geeft ons de gelegenheid een weekje naar Nederland te gaan en familie en vrienden te ontvangen. Ook die goeie ouwe BRONS wordt niet vergeten! Het Canal du Nivernais gaat pas weer in april open, zolang wachten we niet dus gaan we 6 januari 2004 die 26 sluizen weer terug naar de Seine en naar St. Mammès. Daar kopen we een nieuw vaarwegenvignet. Dit vignet kost voor ons €380 en geeft ons het recht het gehele jaar op de franse wateren te varen. Veel geld ineens maar niet echt duur, vinden we. In St. Mammès sluit het Canal du Loing aan op de Seine en daar willen we gaan varen. Het is één van de zes mogelijkheden om in Frankrijk van noord naar zuid (of van z..inderdaad!) te varen. Ik kom daar vast nog op terug. Het Canal du Loing gaat vlak voor Montargis over in het Canal du Briare (het oudste kanaal in Frankrijk, bevaarbaar vanaf 1642). Ook dit kanaal is vergroot en aangepast aan de Freycinetmaat. Beroepsvaart zie je ook hier eigenlijk niet meer, we komen een enkel graanschip tegen en ook dat wordt minder. Bij sluis 31 woont een orgelgekke sluismeester die ons verwelkomt met een echt draaiorgel (tulpen uit Amsterdam!), het lied schalt werkelijk over de omgeving, maf en leuk! De man heeft ook nog drie schitterende oldtimer auto´s en bouwt maquettes. Op 23 januari doen we de 17 sluizen van Rogny naar Briare (18 kilometer), geen record, wel bijna een dag varen. Bij Briare ligt het beroemdste aquaduct (de fransen praten over pont-canal) van Frankrijk. Een 662 meter lang ijzeren pont-canal over de Loire (ontworpen door Gustave Eiffel), opgeleverd in 1894. Wat een prachtig bouwwerk! Het sneeuwt flink als wij eind januari hier op ons gemakkie over heen varen. Onze sluismeester zegt dat het hier 10 jaar niet heeft gesneeuwd. Dat hebben wij weer, twee jaar geleden vroren we al in, in ZUID-Frankrijk! Voor de bouw van dit pont-canal moesten de schepen bij Briare de Loire op en een eind verder veilig aan de overkant zien te komen om het kanaal te kunnen vervolgen. Voor velen een hachelijke onderneming! Het volgende kanaal is mooi landelijk met relatief weinig sluizen, we genieten erg van een steeds wisselend uitzicht. Geen andere schepen te zien, ik vind dit één van de leukste dingen van het varen buiten het seizoen. Het heeft ook nadelen: veel is dicht, waterkranen zijn vaak afgesloten en zo.
oude sluisjes damsterdiep in de sneeuw
Vanuit Marseilles-les-Aubigny gaat Ruud op de fiets op zoek naar het voormalige Canal du Berry (sluizen van 2.70 m. breed), dat liep van daar in westelijke richting tot Tours maar is sinds 1952 gesloten. Sporen zijn nog overal te vinden. Hij verdwaalt hopeloos in een groot bos met veel modderpaden. Twee uur later dan bedacht bekaf terug aan boord met de volgende goede voornemens: een kompasje meenemen en toch ook maar weer de bandenplakspullen! Vlak voor Nevers kruist ons kanaal de rivier Allier, wederom met een prachtig (stenen) pont-canal (bj. 1842) voorafgegaan door een dubbele sluis om de rivier op de juiste hoogte te kunnen kruisen. Van de sluismeester mogen we op/in het pont-canal een uurtje afmeren (normaal onbestaanbaar) om even rond te kijken en in het dorp brood te gaan kopen. Daar lig je dan met je hele spul, 15 meter boven de rivier. In Nevers liggen we een dag of 14 voor een bezoekje aan Nederland (Anneke) en scheepsonderhoud (Ruud). Het is prachtig weer als we op 18 februari verder gaan. In Decize sluit ons kanaal aan op het kanaal du Nivernais, we verkennen het een stukje op de fiets, per slot gaan we ook daar een keer varen. Zaterdags bereiken we via een zijslootje waar we net echt in passen Dompierre-sur-Besbre. Zondagsrust in een lelijk dorp in de miezerregen, het kan verkeren! Net voor Digoin gaan we stuurboord uit naar Roanne (263 meter boven de zee), een doodlopend kanaal van 55 km. met 10 sluizen. We moeten dus ook weer terug maar wat geeft het. Je kunt er varen en dan gaan we er varen! In Digoin begint het Canal du Centre, een stuk van 112 km. met 61 sluizen, deels geautomatiseerd. Het oorspronkelijke kanaal werd geopend in 1790 met 81 sluizen van 30 meter. Ruim honderd jaar geleden werd ook dit kanaal vergroot, een hele operatie! Het scheidingspand van dit kanaal ligt op 310 meter boven de zee, vanaf Briare zijn we alleen maar naar boven geschut. Het scheidingspand van dit kanaal ligt op 310 meter boven de zee, hiervandaan brengen 50 sluizen ons weer naar zeenivo. Aan de oevers van dit kanaal staan nog veel verlaten en soms half gesloopte industriegebouwen. De mijn- en ijzerindustrie zijn vrijwel verdwenen en veel aardewerk- en dakpannenfabrieken zijn gesloten. Met zo´n 25 overnachtingsplaatsen, bijna zonder andere schepen te zien bereiken we op 31 maart 2004 Chalon-sur-Saône, eindelijk weer groot water!!!
damsterdiep weer op groot water
Dit hele kanalenstelsel was een belangrijke verbinding tussen de Saône en de Seine, in feite tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. In Chalon-sur-Saône krijgt onze ouwe trouwe BRONS een flinke beurt: nieuwe olie, schone filters, koelwaterpompkleppen geschuurd, hier en daar een paar nieuwe pakkingringen, verstuiver schoongemaakt, alle koper gepoetst. Hij is weer klaar voor de grote rivieren!
En voor de exakten en andere blockheads onder ons Rotterdam tot Chalon-sur-Saône: 1680 km., 343 sluizen, 68 ligplaatsen.

Deel 1
Rotterdam (5 september 2003) naar Parijs (3 oktober 2003)

In het webalbum vindt u ook de foto´s van deel 1.
Het lawaai van diverse scheepshoorns draagt ver als wij, Ruud en Anneke, met de Damsterdiep op 5 september 2003 de Veerhaven in Rotterdam verlaten om aan onze tweede grote Frankrijkreis te beginnen.
We worden redelijk emotioneel van dat getoeter en alle aandacht: de Veerhaven is voor ons een warme thuishaven waar we altijd welkom zijn, we lijken wel gek om daar vandaan weg te willen!!! Toch doen we dat; het bloed kruipt waar het niet gaan kan en we willen nog zóveel zien! We varen deze maand via de Nieuwe Maas, de Noord, de Merwede, de Afgedamde Maas, de Bergse Maas, de Maas, de Meuse, de Sambre, het Canal de la Sambre á l'Oise, de Oise, de Seine en het canal St. Denis naar Parijs. We zijn dan een sluis of 90 van Rotterdam maar er zullen er nog vele volgen in alle soorten en maten. Daar komen we nog wel op terug. We hebben geen haast en blijven hier en daar één of twee dagen liggen om te kijken, te fietsen of wat dan ook. De Sambre, vroeger een drukke route tussen Frankrijk en België, wordt amper nog door beroepsvaart bevaren, je ziet wel wat recreatievaart. Helaas is de beroepsvaart op de meeste franse kanalen vrijwel of geheel verdwenen. Waar 60 0f 80 jaar geleden nog rustig 4000 schepen per jaar voeren zijn er nu nog 4. Rond de eeuwwisseling (jawel, die van 1899-1900!!!) zijn er nog veel (delen) van kanalen aangepast aan grotere schepen, de zgn. spitsen (39.50 m.lang en 5.05 m. breed, diepgang max. 1.80 m.) maar echt lang heeft dat niet geholpen, enige deccenia later was het bijna over. Het meeste vervoer gebeurt nu per trein en vooral per vrachtwagen. Er ligt nu wel een uitgebreid vaarwegennet in Frankrijk, ruim 8000 km. bevaarbaar met in totaal zo'n 1440 sluizen. Lang verwaarloosd en vele delen gedoemd tot sluiten maar dank zij de opkomst van de pleziervaart blijft wat er nu nog is wel bestaan, er zijn zelfs plannen om sommige oude kanalen weer te restaureren en te openen! In Parijs liggen we eerst een dag of vijf in het Bassin de la Vilette (€ 75) en vervolgens vier dagen op de Seine, bijna onder de Eiffeltoren (gratis). Het is een bijzonder gevoel met je hele hebben en houden in zo'n stad te liggen. Maar ook een stil grasrandje met twee bomen is zeer aantrekkelijk! Op de Seine vaart Ruud plompverloren door het rode scheepvaartlicht bij het Ile de la Cité. Stom, ik weet dat ze er zijn, misschien verblind door de zon? Tien meter achter ons vaart een grote blauwe rubberboot van de waterpolitie. Drie flinke mannen in uniform met alles erop en eraan. We worden onmiddellijk geënterd en in de boeien geslagen... Nee dus, de mannen komen eigenlijk op het geluid van onze prachtige BRONS af en zien ons geheel toevallig door rood varen. Het blijken plezierige lui, ze maken niet veel ophef over mijn miskleun en zijn echt geïnteresseerd in de BRONS! We "praten" een tijdje over oude motoren en schepen en zo, op een gegeven moment staan ze gedrieën met mij in de machinekamer, werkelijk een hok vol pistolen, handboeien en vier knuppels! Soms is zelfs de Franse politie je beste vriend! Van de top van de Eiffeltoren maak ik een foto van de Damsterdiep, je kunt hem nét zien!
damsterdiep vanaf de eifeltoren damsterdiep bij de schepenlift

Beveiligingsmeldingen Internet Explorer en Windows XP! - De opmaak van deze pagina's is in HTML, Ik gebruik Javascript voor het openen van grote schermen, fotoviewer, opmaak pagina, tellers en popup's. Deze scripts gebruik ik al jaren, ze hebben geen koppelingen met verkeerde internetsites en volgens mij zijn ze compleet ongevaarlijk.
URL = http://www.bronsmotor.com
voor vragen of opmerkingen
stuur een e-mail naar Ad Langelaar